 |
 |
 |
| |
Dissociatie als vriend
persoonlijk
|
17 September 2009 | 14:51:11
De laatste weken zit ik vooral zwijgend in mezelf gekeerd bij de therapeut. Ik vind het enorm moeilijk om het stilzwijgen te doorbreken. Ik heb dingen aan hem geschreven in emails die ik niet kan uitspreken waar hij bij is. Ik heb hem dingen geschreven die zo beladen zijn, dat ik ze niet zonder angst zou kunnen vertellen. Als ik dat zou doen, zou ik overspoeld raken.
Mijn peut schreef van de week in een mailtje dat ik een keuze maak tussen twee kwaden, namelijk overweldigende schaamte en dissociëren met alle angstige gevolgen vandien. Maar voor mij is het dissociëren niet altijd een kwaad iets geweest. Misschien dat ik me er daaraan zo angstvallig aan vasthoud. Ik zie het ook als een ontsnapping en daarin is hij een Vriend. Doordat ik dissociëer kom ik nog eens ergens. Ik denk dat ik meer durf omdat ik zo makkelijk mijzelf kan afsluiten. Ik ken alleen dit. Het voelt alsof ik afscheid moet gaan nemen van deze Vriend. Wat moet ik zonder ‘hem’? Het zit in mijn persoonlijkheid. Ik krijg het idee dat als ik dit niet meer heb, dat ik dan niets meer ben.
De therapeut haalt mijn beschermende harnas van mij af en doordat ik ineens in de zon sta, verschrompel ik tot een gedroogde pruim. En wat moet ik doen als ik dit niet meer kan en mag doen? Hij zegt dat er misschien een derde mogelijkheid is: de kamer uitwandelen en weggaan. Maar dat werkt niet altijd, ik ben niet altijd in het hier en nu als ik sta en loop. Hij merkt het misschien niet, maar ik kan ook lopen en ‘weg zijn’. Ik kan automatisch antwoorden op iets, maar er niet zijn.
Het ziet er uit als een mistige plek. Ik voel mijn voeten niet aldoor. Het lopen gaat niet zo snel, ik voel me erg moe en slap. Het voelt alsof ik slaap en droom. Iemand zou me zo om kunnen duwen. Ik kan me ergens op richten, een boom of een gevel van een huis, en dat zie ik heel scherp. De rest is vaag en neem ik niet in mij op.
Doordat de wereld om mij heen erg vaag lijkt, voel ik mij veilig. Ik kan dan geen dingen zien waar ik bang voor ben. Op deze manier durf ik buiten te zijn.
 |
Soms zit ik in een gedachte verzonken en dan voel ik niet dat ik in het hier en nu zit, maar dan voel ik dat ik een tiener ben. Het voelt alsof ik dan tussen de dertien en de zestien jaar oud ben. Ik heb het vermoeden dat toen de tijd was dat ik besefte dat mijn leven niet zo mooi was als mijn moeder het schetste. Mijn moeder zei altijd dat ze zo goed voor ons was geweest, en dat wij altijd zo modern gekleed waren (omdat mijn moeder zelf de kleding maakte). En dat we veel leuke dingen deden. Zo'n wereld is mooi om in te leven.
Ik denk dat ik in die tijd in de gaten kreeg dat ik misbruikt was geweest op allerlei manieren. Ik had toen ook pas in de gaten dat het niet goed was wat mij was overkomen en dat het nog steeds gebeurde. Het leven dat ik dacht te leven knapte als een zeepbel uit elkaar. Zo veilig en vertrouwd bleek het helemaal niet te zijn. Ik stond ineens anders in het leven, in een leven dat ik niet wilde. Waarin ik alleen maar ellende en verdriet en pijn beleefde. Ik heb tot die tijd in een soort ‘second life’ gezeten. Nu kwam ineens de waarheid aan het licht.
De momenten van misbruik zijn allemaal verbannen naar de achtergrond, terwijl dát mijn echte leven was. Ik ‘bedacht’ een perfect ander leven. Dat gevaarlijke en pijnlijke leven was nep, als een vage droom, en het leven waarin ik me tot nu toe bevond was echt. Maar het was dus andersom. Mijn dromen en waarheden lagen door elkaar.
De scheidingslijn tussen dromen en werkelijkheid is vaag. En dus de herinneringen ook. Maar de pijn en de angst is zo echt. Het voelt zo echt.
Mijn moeder heeft mij altijd aan het wankelen gebracht. En ze doet het nog steeds. Ik ben vreselijk bang voor twijfels. Die heb ik gehoord in de stemmen van ‘vrienden’ en familie en gezien in hun ogen. Daarom is het voor mij zo ontzettend moeilijk om iets te vertellen. Ik kan het niet, als ik niet zeker weet dat ze mij begrijpen en dat ze mij geloven. Dan vlucht ik liever weg in een woordenloze en gevoelloze wereld waarin ze mij niet kunt vinden.
Ik heb laatst tekeningen gemaakt van de eerste keer dat ik verkr*cht ben door mijn stiefvader. Het was erg moeilijk om ze te maken, maar ik kon redelijk goed mijzelf afsluiten bij het tekenen. Ik deed het op de automatische piloot. Ik zat in een soort trance. Ik vind het moeilijk als ik die tekeningen zie die ik heb gemaakt. Die tekeningen zijn 'bewijsstukken' van wat ik dagelijks zie. Ik heb ze een maand geleden aan mijn peut gegeven. De therapeut haalde ze de week daarop tevoorschijn tijdens het gesprek en ik merkte dat ik mijzelf moest gaan verklaren. Die suggestie wekte hij niet, maar dat was een soort 'stemmetje' in mijn hoofd dat dat tegen mij zei. Het voelde als een beklaagdenbankje waar ik op zat. Dat strookt niet met de werkelijkheid, dat weet ik wel, maar ik kwam niet van dat gevoel af.
Hij liet die tekeningen aan mij zien en ik raakte helemaal in paniek. Niet alleen om de inhoud, maar omdat IK ze getekend heb. En omdat HIJ ze vasthield. Het maakte mij bewust van iets wat IK gemaakt heb. Net als ik iets zou schrijven en hij leest het waar ik bij ben. Schrijven op papier is sporen achterlaten dat ik er ben geweest. Niet schrijven op dat papier is geen sporen achterlaten.
Als ik schrijf of teken, en ik geef het aan iemand en hij/zij leest het waar ik bij ben, dan word ik van mezelf bewust. Als iemand iets opmerkt over wat ik doe ook. Bijvoorbeeld als ik zucht en iemand zegt: "wat een zucht." Dan heeft diegene dat opgemerkt, dus heeft hij mij opgemerkt. Dus ik besta. Een raar gevoel, want meestal besta ik niet. Het is de therapeut zijn taak om mij te observeren, en te analyseren wat ik doe. Dat weet ik wel. Maar ik ben dan ineens pijnlijk aanwezig. Eigenlijk maakt me dat bang.
Ik wil onzichtbaar zijn.
Het voorstel van de therapeut om op te staan, te lopen of te springen waar hij bij is, dat kost mij teveel moeite. Hij stelde dat laatst voor om zo in het hier-en-nu te blijven. Maar wat beweegt, trekt aandacht. Dus moest ik iets anders bedenken om 'de angst van mij af te schudden'. Ik bleef toen steken in de angst en ik kon niet bedenken wat ik moest doen om eruit te komen. Ik kon toen alleen nog maar rennen. Ik ben opgestaan, en ben de deur uit gevlogen en heb alleen maar gerend, totdat ik niet meer kon. En toen ik op adem kwam, rende ik weer verder. Zo kwam ik op het station. En de rest van de week ben ik verder in gedachten op de vlucht geslagen. Telkens weer.
Ik weet dat ik moet praten, om in contact te blijven met mijzelf en met de therapeut. En ik weet ook dat ik mijn angst in stand houd door niets te zeggen. Ik praat niet en ik verspil de peut zijn kostbare tijd. De laatste keer kon ik het fysiek niet! Ik probeerde nog te gebaren dat ik voelde dat er iemand een hand om mijn keel deed. Maar de peut zag het niet. Ik denk dat dat gebeurde. In mijn verbeelding werd mijn mond gesnoerd. In mijn verbeelding werd ik 'gekeeld'.
Ik snap er soms helemaal niets van hoe het werkt en waarom ik dissocieer en waarom het lijkt alsof ik er niet van af kom. Waarom ik geen stappen durf te zetten in de richting van herstel; waarom ik niet verander.
Ik bleef de laatste tijden zo vreselijk hangen in het gevoelloze leven, dat ik op internet ben ga zoeken naar een boek hierover. Het lijkt wel alsof geen hond begrijpt wat het is en wat het met me doet. Ik voel me vreselijk alleen hiermee. Ik kon alleen korte artikelen vinden of een zeik-forum.
Ik heb een boek gevonden van een hoogleraar (Prof. dr Onno van der Hart) die o.a. werkt bij de vakgroep Klinische Psychologie en Gezondheidspsychologie aan de Universiteit van Utrecht. Het boek heet 'Trauma, dissociatie en hypnose'. Het leek me dat deze man tenminste weet waarover hij praat. In dat boek lees ik dat ik niet de enige ben die last heeft van dissociaties en dat het verklaarbaar is waarom mensen er last van hebben. Ik voel me daardoor minder 'gestoord'.
Ik zie ineens ook iets wat ik niet wist. Volgens dat boek kunnen mensen ook een fobie ontwikkelen voor de (traumatische) herinnering. Ik las dit: "Het voortbestaan van een traumatische herinnering is niet alleen het gevolg van het feit dat zij gedissocieerd is en derhalve ontoegankelijk is voor hoogwaardige cognitieve operaties. Immers ook als de patiënt zich van de inhoud van dit primaire idée fixe bewust is - tijdens een flashback bijvoorbeeld - is hij of zij vaak niet in staat zo'n denkbeeld te integreren in de rest van de persoonlijkheid. (...)Het is dus niet de totale herbeleving van het trauma die niet verwerkt en geïntegreerd kan worden, maar het zijn veeleer bepaalde elementen: pathogene kernen van de traumatische ervaring. Dit zijn in regel de elementen waarover de patiënt het langste zwijgt en het moeilijkst kan praten. Het zijn vooral deze elementen die de 'fobie voor de (traumatische)herinnering' en de bijbehorende vermijdingsacties oproept."
En eerlijk gezegd schrok ik een beetje van dat stukje in het boek, omdat ik dus blijkbaar (onbewust) dingen achterhoud die wél gezegd moeten worden, wil ik 'genezen'. Wat een stom idee, dat ik het zelf doe. Dat ik zelf alles vertraag. Maar toch is het zo.
De peut vroeg laatst of ik een pauze wilde omdat het allemaal te moeilijk en te zwaar voor me werd. Ik denk dat ik niet moeten stoppen met waar ik nu mee bezig ben. Ik ben nu al zo lang bezig, en de kern zit er volgens mij aan te komen. Als ik nu zou stoppen, of dingen uit zou gaan stellen, dan denk ik dat ik dan het proces alleen maar vertraag. Ik voel me destructief worden, moe en rusteloos, en ik wil hier niet in blijven hangen. Dus moet ik doorgaan.
De peut zegt (terecht) dat we ook voorzichtig moeten zijn en eerst moeten kijken waarom ik zo bleef hangen (in die angst). Dat is waar. En ik zei dat ik niet wist waar het van kwam, en hij zei dat ik er wel achter kon komen. Ik denk dat hij gelijk heeft. Ik denk dat de angst komt door verschillende dingen. Niet alleen angst voor hem als persoon, wat ik hopelijk al iets heb weten af te zwakken, maar vooral de angst dat ik ga praten. De angst voor mezelf. Dus ben ik niet zozeer meer erg bang voor hem, maar voor mijzelf. En de angst voor de herinneringen, de angst voor de gevoelens die dan komen, de pijn die ik dan weer ga voelen. Dat houdt me allemaal tegen. Maar in die dissociatie voel ik niets. Dus blijf ik dat liever in stand houden.
Dus ga ik alles op alles zetten om dat te bewerkstelligen.
Maar nu een antwoord op de vraag van de peut, 'waarom bleef je in de angst hangen?' Ik denk dat het komt omdat ik in een herbeleving bleef steken door het zien van mijn eigen tekeningen. Volgens dat boek is dat waarschijnlijk één van die pathogene kernen bij mij. En omdat de peut de enige is die ooit deze tekeningen heeft gezien, en de enige die nu in mijn wereld zit, en de enige die dus nu weet en komt te weten wat er allemaal (in detail) is gebeurd, schoot ik enorm in de angst. Zo erg, dat ik er niet meer uit kon komen. Dus waren mijn eigen tekeningen een trigger. En niet hij.
De peut heeft het ooit ook over hechtingsproblematiek gehad. Ik las er ook iets over in dat boek. (In stand blijven van structurele dissociatie van de persoonlijkheid: (...)kunnen de getroffen kinderen vaak ook een fobie voor hechting ontwikkelen, die in eerste instantie tot uiting kan komen als een fobie voor contact met de therapeut.) Ik concludeer hieruit dat ook dit vermijdend gedrag is en dat ik zo niet verder kom. Dus ik gaf mijzelf een enorme schop onder de kont. Ik zat de laatste tijd zo vast dat ik mijzelf ging losrukken uit die oorverdovende stilte. Ik heb twee weken geleden in detail geschreven wat er gebeurd is die ene nacht. Het heeft veel met mij gedaan. Aan de ene kant heeft het veel uitgelegd aan de peut. Aan de andere kant ben ik erg bang dat hij mij niet geloofd, mij anders ziet dan voorheen en mij uit gaat lachen. Dat is helemaal niet zo, hij zei juist dat hij het ontzettend knap van mij vond dat ik het hem geschreven heb en hij zei mij te geloven.
Toch ben ik heel bang.
Ik hoop dat het gauw minder wordt, want ik ben zo moe van alles. Vluchten in mezelf door dissociëren, niets zeggen, of letterlijk wegrennen help mij niet. Het is heel 'simpel': ik moet praten en daarbij in contact blijven met de peut en mijzelf.
|
|
|
|
|